Door de kille krochten kronkelen krioelend nesten van dwazen en bange Aan munt en vod verhangen Daar in het rot en ruis In hun betonnen rommel daar Waar al voor mammon buigt Vervloekte torenhoge kerkers Waar werkelijkheid de slaven huist Het mensdom zit krom Zonder verlangen Wanen wevend Het gif te pakken Oh de arme De stakker O het schaap Recht naar de slachting De systemen week en wankel En gedoemd om steeds te falen Maar bezeten En normalen Laten amper bloed en tranen Hopeloos