Een akelige stilte
Als men wacht op het kraaien van de haan
Bij de zonsopgang blijft het kil en leeg
Verbijsterd en bevreemd
Slaan de dorpelingen gade
Is hij laat, ziek of erger?
Wat is er in godsnaam aan de hand?
Met de stokebrand
Gegeseld door 't huiverende zwijgen
Neemt de bekommernis toe
Als men samenkomt wordt stilgestaan bij de schrik
En de vreze die hij had van nevelwezens
Die ons berispen met hun licht
Gestalten in de mist onder zijn zicht
't Is nu aan ons allen gericht
Al zou je verkwijnen
Het maakt niet uit, jij bent een van ons
En mocht je verdwijnen
Dan zoeken wij er in het holst van de nacht op los
Eendracht maakt macht
Als de herder dwaalt, dolen de schapen
Verloren vriend, we zijn onderweg door het waterland
We zullen niet slapen totdat licht het donker vult
Verzwolgen door je gedachten
Bleef je weg toen wij je verwachtten
Stokebrand
Ik mis de tijd dat je helder was
En zorgde voor een diep gevoel van saamhorigheid
Geruchten verspreiden zich als een lopend vuur
En vuur zag je zweven op de hei
Verlokt door het licht des droes
Uit hooghen hemelen verstoten, gevallen in duister
Tegen raad en rede verteerd door je dorst
Geleid door weetgierigheid
Wij kijken toe hoe gij de heiligheid ontwijdt
Al zou je verkwijnen
Het maakt niet uit, jij bent een van ons
En mocht je verdwijnen
Dan zoeken wij er in het holst van de nacht op los
Eendracht maakt macht
Als de herder dwaalt, dolen de schapen
Verloren vriend, we zijn onderweg door het waterland
We zullen niet slapen totdat licht het donker vult
Uit den diepten van ellenden (Trek aan)
Roepen wij met mond en hart
Tot de mulder die wij lang kenden (Houdt stand)
Nu vermist (Midden in ‘t moeras)
Gehuld in nachtelijk zwart
Wij marcheren in een lijn met zusters en broeders
Ter linker- en rechterzij
Een klopjacht ontketend
Opdat gij gevonden zij
Kam door het groene veld
Keer alle stenen
Geen helden staan hier voort
Een nobele plicht die de kleine mens bekoort
Hoever drong hem zijn visioen
Heengegaan door eigen doen
Mededogen sluit ons allen aaneen
Vannacht is ons dorp weer één