Aan de oevers van de Waal
Ligt een stad in duisternis
De stad waar moenen huishoud
Een saga eeuwenoud
Mariken van Nieumeghen
Verleid door Moenen's kwaad
Verstrikt in het duister
Haar ziel voor eeuwig gekraakt
Het lot van mariken
Een zwartgeblakerd bestaan
Het verhaal van mariken van Nieumeghen
Ze word door demonen bemind
Snachts dwaalt door de nevel
Waar het kwaad haar omringt
Zuipen met de duivel
Hoerensloeren
Haar hart vol van zwarte magie.
De nacht valt als een schaduw
Een betoverend spel
Ze dansten op het randje van de afgrond
Met moenen als haar meester
De zeven kunsten geleerd
Mariken's reis, haar innerlijke strijd
Haar ziel voor altijd verteerd
Mariken van Nieumeghen
Moenen had haar in haar macht
Mariken van Nieumeghen
Haar ziel aan de duivel verpand
Haar leven is een offer
Aan de heerser van de stad
Haar zonden waren ontelbaar
Haar ziel bedoezeld en zwart
Het duister omhelsde haar
De duivel zat in haar hart
De duivel heeft haar in haar macht
Marieke leeft voort zonder kracht
Zonder ziel nu aangedouwt
Door hem haar hele zijn verstouwt
De nacht die roept haar van het pad
Gedachte in een heel zwart gat
Haar lichaam nu kompleet bezat
Loopt ze door de duistere stad
Moenen's lach weerklinkt
Als ze dieper in haar zonde zinkt
De laatste adem van berouw
Haar naam weergalmde in pijn
In de schaduwen van de Waal
Zou Mariken voor altijd een zonde zijn