Geen Grootvorst van Europa's stroomen, Maar toch een Prins van 't echte bloed, Zien wij U Gelder binnenkomen, En breng ik U mijn welkomstgroet. Naauw brengt Gij in het voorwaarts dringen Aan Drusus vest Uw afscheidsgroet, Waar Veluw's bosch en heuvelklingen Zich spieglen in Uw heldren vloed. Rol, IJssel! langs Uw oeverranden Steeds heilaanbrengend, vreedzaam voort, Opdat Ge, ontworsteld aan Uw banden, Geen oogsten aan Uw zoom verstoort! Het slib, aan Vader Rhijn ontnomen, Waar eens wier was en moeras. Legt Gij neer aan Uwe zoomen, Waar waadt het rund in welig gras. Maar die Neerlands vrijheid belagen, Wie roekeloos Uw oever naak', Als een vijand op komt dagen; o Bruis dan razend in Uw wraak!