Door de stromen en dalen, langs wouden en hei
Door de wind en de regen, zij vormden mij
Tot een heidense geest met een ijzeren wil
Ik vocht heel mijn leven en ik stond stil
Bij een oude tijd die voorgoed was vergaan
Maar de nacht ging voorbij en de dag brak weer aan
Met een vlam in mijn hart doorstond ik de kou
Mijn oude goden bleef ik immer trouw
Mijn ziel is gesmeed uit vuur en uit ijs
De dag is gekomen dat ik herrijs
Van de oude ketens ben ik bevrijd
Uit een droom ontwaakt, in een andere tijd
Door de winters en de nachten voert mijn pad
Naar de dag die komen zal
Als mijn vlam voorgoed gedoofd is reis ik af
Naar mijn plaats in Wodans hal