I t/m V Lyrics


moore

het is de aarde die drijft en rolt door de mensen

het is de lucht die zucht en blaast door de mensen

de mensen liggen traag als aarde

de mensen staan verheven als lucht

uit de moederborst groeit de zoon

uit het vadervoorhoofd bloeit de dochter

als rivieren en oevers vochtig en droog is hun huid

als straten en kanalen staren zij in de ruimte

hun huis is hun adem

hun gebaren zijn tuinen

zij gaan schuil

en zij zijn vrij

het is de aarde die drijft en rolt

het is de lucht die zucht en blaast

door de mensen

visser van ma yuan

onder wolken vogels varen

onder golven vliegen vissen

maar daartussen rust de vissen

golven worden hoge wolken

wolken worden hoge golven

maar intussen rust de visser

stoepkennis

de keuze is gering: terwijl je vlooit het varken

verbreek je de zegels van het mysterie

daarop volgen beproevingen als je niet blijft

dansen op de bruggen naar de toekomst

wetten grenzen gedrilde afwijkingen

hebben een eigen aromatisch rooster

waar men op kan wentelen of verlammen

al naar het stront stormt of rozen

de keuze is gering: maar je bent verweesd

wanhopig was je de luiszak met de regelmaat

der mieren of de clichés van je passies

'wee hem die woestijnen bergt'

zoveel je nu weet: aan het einde van de tijd

omringt haat de eeuwige lente en spijt

vergalt de schatten in de herderstas

wat laatste rook uit het nachtkwartier splijt

voorgoed de zoete waaierhelm het bijenbrein

boven het karkas van bomen graan en gras

stilte allerwegen maar in piepende breekbaarheid

kruip je her en der en misschien wel terug

de opgeblazen brug aan het einde

ben jezelf scherf van de scherven die je was

en in de eigen afgrond gloei je wat na - als as

incarnatie

zoals het gaat zal het komen

bij het afscheid van de muren

is de leegte toeverlaat

voor mij die overloopt van dromen

naar de liefste dat zij naakt staat

diep in mij en daar zal duren

een goed woord vindt steeds een goede plaats

meng ze de schone sterke leugens

met het kermende grint op kerkhoven

en in kraamkamers met het geloof en

de melk voor het kermende kind

het gevleugelde woord bestaat

zolang de lijm niet loslaat

want dan stort het als gemeenplaats

diep in het hart

daarom zijn gemorste woorden niet mis

een ieder heeft ze heel oud

en geeft ze zo maar als rotte vis

prijs aan een zee van gekout

kwade wind giftig water de menselijke stem

een luide beek maar zonder bedding

een wielende molen zonder wentelsteen

en schetterende wegen nergens heen

alleen bij het ernstig en radeloos

rondwaren in dit lege land zonder redding

kust men plots - doodgoed - zijn eigen kwade hond

en zo - uit zelfrespekt - houdt men zijn mond