"Mijn eigen God" Sneeuw en hagel stort op mij neer Mijn wil is niet te breken En al dondert het onweer keer op keer Nimmer zal ik smeken Om genade van een vreemde god Waarin menigeen gelooft In mij brandt een heidens vuur Een vuur dat nimmer dooft. Ik ben de meester van mijn ziel De bepaler van mijn lot Ik heb geen heerser boven mij Ik ben mijn eigen god. De poorten van de hemel bestorm ik met al mijn kracht Mijn wil zal overwinnen Van elke hogere macht De duisternis omringt mij weer Ondoordringbaar zwarte nachten Het licht schijnt hier al lang niet meer Maar nimmer zal ik wachten Op genade van een vreemde god Al is het onheil nog zo groot Ik trotseer mijn lot onbevreesd In het aanzicht van mijn dood Mijn god stroomt door mijn aderen Van vreemde smetten vrij Het bloed van mijn voorvaderen Welt op als een rijzend tij Ik ben Germaan in geest en bloed En bepaal mijn eigen lot Mijn wil zal overwinnen Ik ben mijn eigen god