Doodsklauwen uit de algendrab Lyrics


Waar witte wieven dwalen

Waar oorverdovende stilte

het uitschreeuwt nabij de Duyvelskutte

in stinkend zompig moerasland

Kindergeschrei echoot vanachter `t riet

Vanuit de duistere diepte klinkt zijn lokroep

Loerend, afwachtend, altijd hongerig

Zwarte watergeest van de dood

Rode ogen staren

Rood haar zwiert door de algendrab

Ontbindingswalmen rijken naar het firmament

moordlustige verschijnsel, zonder genade

Is het een verdronken ziel?

Op zoek naar genoegdoening en vergelding?

Verbannen van het aardse, gedoemd tot de eeuwige jacht

Zij, die zich toch lieten verleiden

Zij, Die de lokroep niet konden weerstaan

Zij, Werden op een onbewaakt moment

Zij, zij werden dan gegrepen

Door gruwelijke klauwen de troebele doodspoel

Opdat het water je longen vulde

Je levensvuur stilaan dooft

en Het oneindige zwart je opslokt

Boezenhappert

Okkerman

Waternekker

Gretig en woest zuigt het zijn prooi leeg

Vraatzuchtig, tot de laatste druppel is gedronken

Het beest met de vele namen

Van Boezenhappert, Okkerman tot Waternekker

Boezenhappert

Okkerman

Waternekker

Zij, die zich toch lieten verleiden

Zij, Die de lokroep niet konden weerstaan

Zij, zij

Zij, zij werden dan gegrepen

Dat zielen grist en oppot, die nimmer de hemel zullen zien

In een riekende omgekeerde urn

Diens honger nooit is gestild En immer wacht

loert en lonkt Vanuit de duistere diepte