De vloed van 1717 Lyrics


Koude, gitzwarte winternacht

Serene rust, bruut verstoord

Toen de dijken braken

En het landschap werd versmoord

Godminnende christenmensen

Zopas vredig slapend, nu drijvende als lijken

De duivel bracht een moordend water

Dwars door de “Seer slegte en ellendige dijcken"

De voortekenen waren daar:

"De Lugt begon soo wonderlijck te staan.

Hoog, en over al met Draijingen"

Spoedig zou de wrede vloed

De storm bulderde en beukte

En vergezelde de zilte dood

Stad en Ommeland werden verzwolgen

Huizen, hofstedes, verworden tot schroot

De storm bulderde en beukte

En vergezelde de zilte dood

Stad en Ommeland werden verzwolgen

Huizen, hofstedes, verworden

tot schroot..

Levenloze lichamen dobberden

Tussen brokken hout en verdronken vee

Hele families van de aardbodem verdwenen

Opgeslokt door de gulzige zee

Hele families van de aardbodem verdwenen

In het getergde land, verstild van droefenis

Van Lauwers zee tot Dollard tou

Van Drenthe tot aan `t Wad

Dwalen de zielen van zij, zij die ooit waren…

…In hemeltergende rouw

De storm bulderde en beukte

En vergezelde de zilte dood

Levenloze lichamen dobberden

Tussen brokken hout en verdronken vee

Hele families van de aardbodem verdwenen

Opgeslokt door de gulzige zee

Levenloze lichamen

Tussen brokken hout en verdronken vee