de stilte is verpletterend het plafond komt langzaam aan omlaag de eenzaamheid klopt etterend en dof in mijn ontstoken maag ik schreeuw ze aan scherven en pers die door mijn strot besmeur met de bloedhoest op mijn handen de wanden van dit kot ik ben alleen kwetsbaar en klein daar is de angst angst snijdt me de adem af omklemt mijn strot met stalen kaken perforeert mijn brein met in verlammend gif gedoopte staken ik ben alleen en ik ben bang