Zwaaiend met de banier der belgen Tal van mannen onder mijn bevel Teruggetrokken achter de rivier van ijzer Waar de modderdood hen wachtte Daar zag ik hun hoofden zakken Hun benen weggeschoven in de drek Wie niet verdronk of van het leven werd ontnomen Moest angstig 't naderen der verplettering afwachten En daar hoorde ik hun botten breken Onder het gewicht van rupsenbanden Hun laatste gil van pijn verstoord Door hun met slijk gevulde monden