Vlammendans Lyrics


In de vlammen van haar toorn vinden wij de goden zelf.

Eeuwig stormend door een poort, naar het graf dat met hier delft.

In deze schemerdans en wilde trans, ontdaan van vorm en kleur.

De maneschijn is gebleven, doch moest men af van rozengeur.

Verdorven onze wensen, ontdaan van hoger doel.

Een colossus was geboren, vastgenageld met gevoel.

Hoger was de zelf die zich weldra op ons wreken zou,

Doch diep brand het verlangen naar oude en bitterzwarte kou.

De vileine gifmenger en zijn smerig paradijs, zij raakten onze harten niet.

Vragen onbeantwoord en de dood deed hen teniet.

Onze vlammend duistere moeder, eeuwig dansend in haar trance,

verlicht ons dan in uw passies met uw afgrond als laatste kans.

Met uw afgrond als laatste kans!

De stank van ‘t ware levenslicht als een varkenskot bloed, pis, zaad en kots!

De smaak van’t ware levenslicht, honger en rot bitterzoet verzot!

Verslingerd verslaafd van geboorte tot graf aan wat hun vuile God ooit aan ons gaf!

Een donderslag zonder gezag, ‘t lot schoon en wreed ‘t genot en het leed!

Het vuur dat ons vreet, ‘t genot en het leed!

Het lot schoon en wreed en vuur dat ons vreet!

Het genot en het leed is het vuur dat ons vreet!

Het vuur dat ons dan vreet!